Nederlands English Home Contact Disclaimer EN/NL Sitemap Nieuw/New

TIJD

INLEIDING

Tijd, wat is dat? Tijd staat aan de basis van de kalender, maar geef nu eens een definitie van tijd. Tijd is een moment, maar wat moeten we met een moment of opeenvolging van momenten. Wat meten we eigenlijk als we het over tijd hebben? Wie het weet mag het zeggen.
Je zou tijd kunnen omschrijven als het middel om in ons bewustzijn het verleden, heden en toekomst te bepalen. Daarbij gebruiken we een vast punt om de gebeurtenissen ten opzichte van elkaar vast te leggen. Als we tijd meten, dan meten we dus eigenlijk de duur van de intervallen tussen de gebeurtenissen.

  • Tijd is subjectief:
    Tijd ervaren we. Ondanks dat de tijd eenparig voortgaat, komen we in tijdnood en ervaren we de tijd snel gaan als we haast hebben. Daarnaast duurt dezelfde tijdspanne eindeloos als we moeten wachten.

  • Tijd is objectief:
    Tijd verschrijdt met een éénparige constantie snelheid.

  • Tijd is onomkeerbaar:
    De tijd loopt vooruit. Een seconde geleden is al geschiedenis en komt nooit terug. Het wordt vaak als 4e dimensie gebruikt naast lengte (1e dimensie), breedte (2e dimensie) en hoogte (3e dimensie).

TIJDMETING

Zonnetijd
De eenvoudigste manier om tijd te meten is om een stok in de grond te plaatsen en de schaduw te volgen. Op bepaalde plaatsen kunnen we merktekens aanbrengen en telkens als de schaduw een merkteken bereikt heeft weten we hoe laat het is. Het princiipe van de zonnewijzer. Dit noemen we de ware zonnetijd. Telkens als de zon exact in het zuiden staat is het 12 uur en begint de middag. De zon staat dan op zijn hoogste punt en gaat door de denkbeeldige meridiaan voor de plaats van de waarnemer. Zoals we hierboven al zagen heeft elke plaats zijn eigen zonnetijd tijd. Immers ten oosten van ons staat de zon eerder in het zuiden en ten westen van ons wat later. Omdat denkbeeld te toetsen: in Engeland is het een uur vroeger dan bij ons.

Probleem is echter dat de ware zonntijd niet eenparig verloopt. Omdat de aardbaan een ellips is, staat de aarde (voor het noordelijk halfrond) in het winterhalfjaar dichter bij de zon dan gedurende het zomerhalfjaar. (rode lijn in de bijgaande afbeelding). Een tweede reden is dat de zon niet de hemelequator doorloopt, maar daarmee een hoek maakt. De zon volgt het pad van de ecliptica. (blauwe lijn). Mede daarom zijn de daglicht perioden in de winter korter dan in de zomer. Beide effecten zorgen ervoor dat de zonnedag bijvoorbeeld rond 10 februari maar liefst ongeveer 30 minuten korter is dan begin november. (groene lijn). Zouden we onze tijdrekening hierop willen baseren, dan moeten onze klokken in februari sneller lopen in november.
Om dit probleem het hoofd te bieden wordt de middelbare zonnetijd gebruikt. Volgens dit schema loopt de klok altijd eenparig met dezelfde beweging en zijn de duur van de uren onveranderd. Ook de middelbare zonnetijd is strikt lokaal en elke medriaan op aarde kent zijn eigen doorgang van de zon door het zuiden. Het verschil tussen de ware zonnetijd en de middelbare zonnetijd om 12 uur 's middags wordt tijdsvereffening genoemd.

 

Het uur
Tijd wordt tegenwoordig gemeten in seconden, minuten en uren. Maar dat is lang niet altijd niet het geval geweest. Eerst bij de Egyptenaren,  3.000 v.Chr. werd de dag en de nacht in 24 delen onderverdeeld. De dag (wanneer de zon boven de horizon staat) en de nacht werden kregen elk 12 delen. Dit systeem heeft tot in de verre Middeleeuwen stand gehouden. Zolang je je in de nabijheid van de evenaar bevindt, zijn dag en nacht het gehele jaar ongeveer even lang. Wie wel eens in de tropen geweest is zal het zijn opgevallen dat 's avonds omstreeks 18:00 de zon ondergaat en om 06:00 uur weer opkomt. Maar in onze omgeving, met lange zomerdagen en evenredig korte nachten; of in de winter juist omgekeerd, kregen we de eigenaardige situatie dat de 12 daguren en andere lengte hadden dan de 12 nachturen. Het probleem kon deels ondervangen worden door in de zomer een daglengte van 16 uur en een nachtperiode van 8 uur te hanteren. In de winter juist omgekeerd.
Elk uur bestond uit 4 puncta (kwartieren), welke weer onderverdeeld waren in 40 momenta. Elk momenta kende 12 uncie. Dit systeem zou blijven voortbestaan tot in de 14e eeuw. Pas toen kwamen er mechanische klokken en werd de dag in 24 gelijke stukken onderverdeeld, met de bekende onderverdeling van 60 minuten, elk van 60 seconden. Deze verdeling, welke in Italië opgang vond, werd al door de oude astronomen in het Midden Oosten gehanteerd.

Tijdzones
Tot ver in de 19e eeuw had elke plaats zijn eigen tijd. Deze tijd was gebaseerd op het tijdstip dat de zon 's middags in het zuiden stond, de zonnetijd. Voor elke plaats op aarde geldt: hoe oostelijker, hoe eerder de zon opkomt en dus ook eerder 's middags in het zuiden staat. Ook in Nederland is dat merkbaar. In de oostelijke regio's staat de zon ongeveer 5 minuten eerder in het zuiden dan in het westen. Tot ver in de 19e eeuw leverde dat niet veel maatschappelijke bezwaren op. Reistijden met de postkoets, paard en wagen duurden relatief lang. Maar met de komst van de trein veranderde dat. Er ontstonden snellere verbindingen en daarmee was het vrijwel onmogelijk om dienstregelingen te maken. Bij verschillende spoorwegmaatschappijen werd dan ook een zogeheten stationstijd ingevoerd: een uniforme tijdregeling voor een bepaald gebied. Maar om de problemen definitief op te lossen werd in 1884 een converentie belegd om een gemeenschappelijk tijdregeling te voeren die wereldwijd hetzelfde zou zijn. Op deze International Meridian Conference te Washington werd afgesproken om de 'nul' meridiaan als het dagelijkse nulpunt voor de tijdmeting te nemen.en werd de datumgrens op 180° geplaatst. De aardkloot van 360° werd daarbij in 24 zones verdeeld. Elke zone bestrijkt dus 15° en elk uur bestrijkt dus eveneens 15°. Ook is elke 15° de centrale meridiaan voor elke zone. 15° Oost is een uur vroeger dan 0°. Op 30° Oost staat de klok 2 uur voor op GMT, enz. De grens tussen twee zones ligt telkens 7,5° aan beide zijden van de uurwijzende meridianen.

UT, UTC, GMT
Wie dacht dat UT (Universal Time), UTC (Coordinated Universal Time) en GMT (Greenwich Mean Time) drie benamingen voor dezelfde tijdsaanduiding zijn, komt bedrogen uit. UT volgt de middelbare zonnetijd voor Greenwich, gecorrigeerd voor nog enkele andere verstoringen dan de al genoemde excentricitiet van de aardbaan en de schijnbare weg van de zon over de ecliptica. Deze gecorrigeerde tijd wordt UT1 genoemd, maar in de praktijk wordt deze doorgaans met UT aangeduid.
UTC wordt gecontrolleerd door de internationale atoomtijd. Wereldwijd staan 280 atoomklokken opgesteld. Door alle atoomklokken met elkaar te vergelijken en te middelen wordt de atoomtijd verkregen. Alle klokken worden statistisch gecoördineerd door de duur van de tijdschaal van de seconde zoals die is vastgelegt in het SI stelsel (Système International d'Unités). De defintie van de seconde werd in 1967 als vastgelegd als "de tijdsduur van 9.192.631.770 perioden van de electromagnetische straling overeenkomend met de overgang tussen twee hyperfijn niveaus van de grondtoestand van het cesium-133 atoom".
Het zou mooi zijn als we nu van de problemen af waren, immers we hebben met de atoomtijd nu een zeer stabiele klok die als anker dient voor UTC. Maar helaas neemt de snelheid van de aardrotatie af. Elke 100 jaar groeit de etmaallengte met 0,0017 seconde en duurt een jaar 0,62 seconde langer. Een eeuw duurt dan 62 seconden langer. Sinds de invoering van de atoomtijd, ongeveer een halve eeuw geleden, is het verschil met UTC reeds opgelopen met 33 sec. Maar de atoomtijd was toch de basis voor UTC? Klopt ook, alleen is er ook afgeproken dat het verschil tussen UT1 en UTC nooit meer dan 0,90 sec mag bedragen. Om UTC dus in de pas te houden met draaiing van de aarde om haar as wordt daarom af en toe een schrikkelseconde ingevoerd. Dat gebeurt meestal op 30 juni of 31 december. Na 23:59:59 hr volgt dan 23:59:60 hr in plaats van 24:00:00 hr.
GMT ten slotte is de burgelijke tijd voor deze tijzone. UT en UTC zijn wereldtijd kennen geen zomertijd, GMT wel.

ETMAAL

Wanneer begint het nieuwe etmaal? Met de introductie van het gelijke 24 uren systeem in de late Middeleeuwen was het nog geen uitgemaakte zaak dat het nieuwe etmaal ook om 00:00 uur zou beginnen. Het was gebruikelijk dat het nieuwe etmaal dag begon kort na zonsondergang.
Zowel tijdens zonsopkomst als met zonsondergang begon men opnieuw uren te tellen. Tijdens daglicht telde men zomers 16 uren en 's nachts 8 uren. In de winter omgekeerd.
Dit was dus weinig praktisch en in onder meer de sterrenkunde ging men ertoe over om de nieuwe dag 's middags om 12 uur te laten beginnen. Maar voor de burgerlijke maatschappij was dit niet ook niet handig en verschoof het begin van het nieuwe etmaal 12 uur vroeger. Deze verschuiven zijn er mede de oorzaak van dat wij na het middaguur opnieuw vanaf het begin de uren gaan tellen. Zo komt het etmaal aan 2 cycli van 12 uur.

TIJD IN NEDERLAND

Tot ver in de 20e eeuw was er geen eenduidige tijdsaanduiding in Nederland. Bij wet kwam daar pas op 1 mei 1909 verandering in. De meridiaan van de Westerkerk te Amsterdam werd gekozen als ijkpunt voor de Amsterdamse Tijd. Vanaf dat moment was er een tijdsverschil van 19m28s met Greenwich. In de nacht van 30 juni op 1 juli 1937 werd een kleine correctie doorgevoerd. Het tijdsverschil werd nu 20m00s en gold als Nederlandse Tijd.
Nederland was met deze actie weer eens Roomser dan de Paus. Ging vrijwel geheel Europa na de conventie van 1881 over op het systeem van 24 tijdzones op de aardbol. Nederland ging als één van de weinige landen in Europa dwars liggen met een geheel tijd. In Hemel en Dampkring van 1913/14 verzucht J. de Kater: "Nederland heeft bij zijne laatste desbetreffende wet gemeend niet tot die eenheidsbeweging te moeten toetreden. Het heeft gemeend een 'tijd op eigen houtje' erop te mogen nahouden, den tijd van den toren der Westerkerk te Amsterdam, de beweging naar eene eenheid van tijd daarin te moeten tegenwerken, de gedachten ook tot een grooter systeem van eenheid van tijd te moeten tegenhouden, en ons vreemd te houden van een streven in die richting. Wij mogen die raadgevers wel dankbaar zijn, die ons op zoo'n achterlijk standpunt hebben gehouden".

Veel mensen zien de Duitse bezetter als oorzaak dat we in Nederland tegenwoordig de Midden Europese Tijd voeren. Maar wat de bezetter gedaan heeft in in feite niets anders dan de eigenaardige Nederlandse Tijd vervangen door de al veel langer bestaande Midden Europese Tijd die in de ons omringende landen gevoerd werd. MET bestond al lang voordat Hitler in Duitsland aan de macht kwam en was al bedacht op de genoemde conferentie van 1884. Op 16 mei 1940 24h NT werd zowel de Midden Europese Tijd ingevoerd, alsook nog eens de geldende zomertijd. De klok ging toen maar liefst 1h40m vooruit! Merk op dat de NT 20 minuten vóór liep op GMT (Greenwich Mean Time), maar 40 minuten achter op MET. Nederland ligt tussen 0° en 7,5° Oost en zou feitelijk in de GMT zone moeten vallen. Maar we voeren MET. Concreet betekent dit dat wij altijd één uur voor lopen op de werkelijke tijd waar wij in Nederland recht op hebben. Een vorm van permanente zomertijd. En daar komt dan ook nog eens de zomertijd overheen: dubbelop!